Groene Leguaan (Iguana Iguana)
Florida Koningsslang (Lampropeltis getula floridana)
Afgodsslang (Boa Constrictor)
Baardagaam (Pogona vitticeps)
Gouden Mantella (Mantella aurantiaca)

Het houden van reptielen en amfibieën ook onderhevig zijn aan reglementeringen in het kader van het milieuvergunningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluit: VLAREM (besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (dus enkel regels welke gelden in het Vlaamse gewest)).

Volgende rubrieken (bijlage 1 van titel I van het VLAREM) en criteria gelden momenteel in het kader van de VLAREM-regelgeving:

9.2.b) alle gifslangen en krokodillen, vanaf 1 dier: vergunningsplichtig, klasse 2;

9.2.c) alle andere niet in sub b) vermelde dieren die door hun agressiviteit, giftigheid of gedrag een gevaar inhouden (schorpioenen, zwarte weduwe, enz.) vanaf 1 dier: vergunningsplichtig, klasse 2;

9.2.d) alle reptielen, andere dan deze vermeld in sub b) en c): vergunningsplichtig, klasse 2 vanaf meer dan 30 dieren en meldingsplichtig, klasse 3 voor 30 of minder dieren.

Wat houden deze bepalingen in voor het houden van reptielen door ons liefhebbers?

Via de Afdeling Milieuvergunningen van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Overheid bekwamen we volgende info omtrent slangen: het houden van slangen is ofwel meldingsplichtig, klasse 3 ofwel vergunningsplichtig, klasse 2.

Wat met het ‘gevaarrisico’?

Bepaalde gifslangen zijn zeker gevaarlijk voor de mens. Bij de wurgslangen kan de grote meerderheid als ongevaarlijk beschouwd worden. De grotere wurgslangen kunnen echter wel als potentieel gevaarlijk worden beschouwd. Het houden van bepaalde slangen brengt dus wel degelijk een gevaarrisico mee, waardoor een opname in het kader van de Vlarem wordt gerechtvaardigd.

Samengevat voor de populaire soorten:

Een Boa, welke niet groter wordt dan 4 meter, kan als ongevaarlijk worden beschouwd. Het is aangewezen om geval per geval te bestuderen, dus geen echte zekerheid tot toelating.

Een Python is door de verschillende soorten niet meteen te catalogiseren. Het soort Python zal dus bepalen of het hier een dier betreft met meldingsplicht of met vergunningsplicht, klasse 2.

Andere reptielen dan deze vermeld in rubriek 9.2.2 sub b) en sub c), behalve schildpadden, zijn meldingsplichtig tot en met 30 dieren (een particulier die schildpadden houdt valt niet onder voormelde indelingsrubriek).

Naast het houden (en kweken) van terrariumdieren zijn vele van onze liefhebbers ook bezig met het kweken van voedseldieren (ratten, muizen, …). Wat zijn hiervoor de bepalingen in het kader van Vlarem?

Rubriek 9.7 van bijlage 1 van titel I van het VLAREM geeft toelichting bij het stallen van o.a. knaagdieren (onze ratten en muizen). Het aantal te houden dieren hangt af van de ligging volgens het gewestplan, maar vanaf 50 gespeende dieren is een milieuvergunning klasse 2 nodig. De ligging van de woning (volgens het gewestplan) bepaalt de te volgen procedure, dus informeer voor je begint bij de gemeente omtrent de voorwaarden.

Over de vergunnings- en meldingsplicht zijn al vele (verhitte) discussies gevoerd, maar iedereen is het eens over het feit dat de eigenaar van een dier zich steeds in orde moet stellen met de geldende wetgeving(en). Heb je hieromtrent vragen en/of opmerkingen neem dan contact op via de onderstaande kanalen.Attaché CITES/CITESAttachéCellule CITES/ CITES Cel
Direction Générale Environnement/Directoraat Generaal Leefmilieu